Archief Etcetera


Kijk mama, zonder commissies: Esthetica voor beslissers



Kijk mama, zonder commissies: Esthetica voor beslissers

ESTHETICA VOOR BESLISSERS

Kijk mama, zonder commissies

Bij Lannoo verscheen een merkwaardig boekje van Pascal Gielen: een Esthetica voor beslissers. Het is het resultaat van een initiatief van minister Bert Anciaux, die in mei 2000 een denktank samenstelde om over de grote lijnen, de macroevolutie in het cultuurbeleid in Vlaanderen na te denken. Ook werden suggesties van methodieken verwacht om het snel veranderende cultuurbeleid opnieuw te kunnen ijken. De denktank bestond uit: Bart De Baere, Jos Van Rillaer, Jef Cornelis, Barbara Vanderlinden, Jan Cools, Jan Vermassen en Pascal Gielen. Pascal Gielen heeft de ideeën die in die groep ontstonden uitgeschreven, zodat het debat erover breder kon worden. De jongste maanden is inderdaad hier en daar gedebatteerd, maar meestal toch achter gesloten deuren. Dit boek is zes maanden na publicatie nog altijd het enige dat op het publieke forum beschikbaar is. Er wordt ondertussen wel gewerkt aan een overkoepelend cultuurbeleidde-creet en aan een hervorming van de administratie, maar het publieke debat lijkt verstomd in plaats van aangezwengeld.

Het boek is opgezet in een aantal stappen. De redenering begint streng sociologisch met een analyse van de bestaande toestand in het cultuurbeleid. Daarin behandelt Pascal Gielen twee niveaus apart, namelijk de verschillende actoren en hun acties enerzijds en anderzijds het beleid als een specifieke, systematische organisatie van de betrokken actoren en hun acties. De volgende stap in de redenering is de aanscherping van een aantal mogelijkheden in de beleidsorganisatie. De mate van 'hygiëne' tussen

het bestuur en de sector is de daarbij centrale parameter. Concreet: laat de politiek het cultuurbeleid over aan de culturele sector en blijft het bij het administreren van de subsidies of trekt de politiek de inhoudelijke beslissingen volledig naar zich toe en voert de culturele sector de beleidslijnen uit? Evolueren we in Vlaanderen naar het privatiseren van het cultuurbeleid of wordt integendeel de culturele sector verambtelijkt en het beleid gepolitiseerd?

Het is duidelijk dat dit abstracte modellen zijn, de extremen van een groot aantal gradaties. Maar Pascal Gielen slaagt er wel in om met dit schema de tegenstrijdige richtingen te laten zien waarin bepaalde onderdelen van het cultuurbeleid de laatste jaren geëvolueerd waren, en om er ernstige beleidssuggesties op te baseren.

De beleidsactoren

Over het cultuurbeleid wordt vaak gesproken alsof de minister alleen staat: 'de minister heeft beslist dat'. Dat idee wordt door de politici (denk maar aan 'het primaat van de politiek') en door de administratie (bijvoorbeeld in het hiërarchische systeem van handtekeningen zetten) in de hand gewerkt. In de realiteit zijn er natuurlijk veel mensen actief bij een beleid betrokken, rechtstreeks en onrechtstreeks. Pascal Gielen ontwerpt in Esthetica voor beslissers een assenstelsel (p. 16): actoren worden ingeschat volgens hun officieel of officieus karakter enerzijds en hun openbaar of niet-openbaar karakter anderzijds.

Officieuze beleidsmakers zijn eerder beleidsbeïnvloeders, zoals de media, sectortijdschriften (zoals

Etcetera - p. 21-22) en de sponsors. Die laatsten zijn bovendien duidelijk minder openbaar aan het werk dan de media. Ook het koningshuis is in die zin een officieuze actor (p. 19). Lobbygroepen en vakbonden worden ingeschat als 'min of meer' officieel en openbaar, omdat iedereen natuurlijk weet dat ze het beleid proberen te beïnvloeden. Ook een kunstwerk zelf kan een impact hebben op het beleid.

Officiële beleidsmakers kunnen in de volle openbaarheid beleidsmakers zijn (bijvoorbeeld het parlement, de minister, de regering) of achter de schermen blijven (bijvoorbeeld de dienst 'vastleggingen' en de inspectie Financiën binnen het ministerie) - p. 25. De beoordelingscommissies en de administratie Cultuur zelf hebben qua openbaarheid eerder een tussenpositie, ze kunnen de mate van openbaarheid van informatie telkens opnieuw afwegen.

De beleidshandelingen

Net zoals er meer dan één actor betrokken is in een beleidsbeslissing, is het nemen van zo'n beslissing geen massieve gebeurtenis. Een advies is geen beslissing, een omkaderende tekst is ruimer dan de motivering voor de beslissing, enz. Een beslissing moet bovendien administratief voorbereid en opgevolgd worden en op het politieke vlak moet ze 'rijp gemaakt' worden (p. 33-34). Bovendien heersen er voor verschillende handelingen verschillende reglementen en/of wettelijke bepalingen. Wat Pascal Gielen hier met de methodes van Barbara Czarniawska in een netwerk van een twintigtal verschillende acties uiteenrafelt is niets anders dan een gesofistikeerde bureaucratie die rond een beleidsbeslissing opgetrokken is.

Het huidige cultuurbeleid

Voor Pascal Gielen wordt het cultuurbeleid, zoals het op dit moment in Vlaanderen bestaat, getekend door drie grote krachten:

politisering, bureaucratisering en specialisering. De politisering van het cultuurbeleid, in de partijpolitieke betekenis, mag dan wel samen met de verzuiling stilaan verdwenen zijn, een aantal beslissingen werkt tot vandaag door (p. 41-42). De bureaucratisering van die beslissingen bestaat in het omvormen van de beleidslijnen in reglementen en in het rigoureus toepassen van die reglementen. (De toepassing van die reglementen moet natuurlijk gecontroleerd worden en de controle gereglementeerd...) De ver doorgedreven specialisering en differentiatie in de moderne samenleving ten slotte werkt ook door in het cultuurbeleid: de reglementeringen en subsidies voor opera zijn bijvoorbeeld grondig anders dan die voor muziektheater.

Een model:

hygiënisch bestuur

Als je alle overbodige actoren wegsnijdt en de beleidsprocessen verregaand verzakelijkt, dan kan de minister in dit scenario met een minimale staf en een maximale expertise aan het werk. Op p. 55 en volgende beschrijft Pascal Gielen heel gedetailleerd de concrete mogelijkheden van dit model: beoordelingscommissies zijn niet meer nodig (je hebt immers per sector bijvoorbeeld twee experts), de financiële controle wordt losgemaakt van de administratie, die een kenniscentrum of een soort steunpunt wordt.

In dit scenario wordt de macht gecentraliseerd rond de minister. Van de administratie blijft nog een team van experts en enkele reflectiegroepen over. In Vlaanderen zijn we hier nog ver vandaan, maar de samenstelling van het kabinet van minister Anciaux met experts in plaats van partijpolitiek gekleurde namen suggereert wel een mogelijkheid in die richting. Ook binnen de Vlaamse administratie wordt op dit moment aan een hervorming gewerkt die een stuk in deze richting gaat.

etcetera 79

65



Een model: beleid

zonder politiek

Het model van een 'virtuele staat', dat Paul Frissen ontwerpt, doet het tegenovergestelde: de beslissingen worden bij de minister weggehaald, want het is bijna zeker dat hij/zij de verkeerde beslissingen zou nemen. De huidige samenleving is te complex, te gefragmenteerd, te pluraal om er met een beleidsdaad nog werkzaam in te kunnen interveniëren. De politiek moet er alleen nog voor zorgen, dat de pluraliteit niet verloren gaat, bijvoorbeeld door in infrastructuur te voorzien. Ook in dit model is er voor beoordelingscommissies geen plaats: de sectoren moeten zichzelf organiseren en reguleren om het geld te verdelen.

In zijn poging om het cultuurbeleid te depolitiseren is Frissen uiteindelijk ook zelf met een ideologische operatie bezig. Pascal Gielen merkt op, hoe het simuleren van de afwezigheid van een partij-ideologisch kader voor beleidsbe-

slissingen bijvoorbeeld de markt-ideologie kan camoufleren (p. 68-69). Maar nog belangrijker is de door dit model ten top gedreven 'atomisering' (p. 75) van het cultuurbeleid in deelsectoren die onderling onafhankelijk zijn en steeds minder nog met elkaar kunnen communiceren. In dit model worden de schotten tussen de disciplines nog hoger.

Een voorspelling:

reflexief cultuurbeleid

Aangezien de budgetten voor cultuur de jongste jaren al substantieel toegenomen zijn, verwacht Pascal Gielen vooral een (vraag naar) kwalitatieve verbetering in het beleid. De kwaliteit ligt dan niet alleen in de efficiëntie van het bestuur, maar ook in de vormen die gebruikt worden. En aangezien het over een cultuurbeleid gaat, zouden ook de vormen misschien esthetisch moeten worden. Deze bedenking alleen al vereist een grondig omdenken. Veel beslissin-

gen 'gebeuren' nog altijd: dossiers worden overwogen, ingeschat, getoetst en ten slotte goed- of afgekeurd, terwijl ze in een reflexief beleid het hele administratieve mechanisme telkens opnieuw mee in vraag zouden stellen (p. 88-89). Om dit mogelijk te maken moet er natuurlijk zorgvuldig gecommuniceerd worden tussen de verschillende beleidsactoren (uitbouw van een discours) en de verschillende denkprocessen en overwegingen. Er is namelijk meer dan cognitieve reflexiviteit alleen: Pascal Gielen onderscheidt in navolging van Scott Lash ook een mimetische reflexiviteit (het verschil tussen een Volvo en een Lada is niet louter technologisch van aard, het heeft ook met zoiets als 'imago' te maken) en een peergroup-reflexi-viteit (het is niet aan te raden om na een theaterpremière in pakweg deSingel vergelijkingen te maken met het lenteconcert van de fanfare) -p. 91-92.

Tot slot probeert Pascal Gielen dit toekomstbeeld nog te concretiseren. Een reflexief beleid beslist tegelijkertijd over een subsidie en produceert er een waarneming over. Over dat weefsel van teksten en argumenten kan ondertussen ook gediscussieerd worden tussen de verschillende beleidsactoren onderling en de strijdpunten, de grensgevallen worden deel van een normaal systeem van onderhandelingen.

En nu de cultuursector nog uitgelegd krijgen, dat ze niet langer eerst om de centen hoeven te vragen, maar in dit toekomstige cultuurbeleid ook venvacht worden structureel mee te denken. Het nieuwe cultuurkoepeldecreet dat minister Anciaux dezer dagen aan het afwerken is, zou een aantal stappen in die richting kunnen zetten.

Dries Moreels

Pascal Gieien, Esthetica voor beslissers. Aanzet tot een debat over een reflexief cultuurbeleid, Lannoo, Tielt, 2001.

A-Prior: Meg Stuart

Magazine for Contemporary Artistic Developments Tijdschrift voor Hedendaagse Artistieke Ontwikkelingen

Meg Stuart

Authors : Rudi Laermans, Jeroen Peeters, Jan Ritsema Cover and Image-Montage : Tine Van Aerschot

And Beyond...

Author : Thierry de Duve

Portfolio of Cathrin Boer Portfolio of Wim Catrysse

A-Prior is published by A-Prior-Office for Artistic Production

Order A-Prior

Koolmijnenkaai 30-34, 1080 Brussels, Belgium tel. +32 2 414 98 30/31, fax. + 32 2 414 85 88 E-mail : aprior@skynet.be

Info Damaged Goods

OLV Van Vaakstraat 83, 1000 Brussels, Belgium tel. + 32 2 513 25 40, Fax. + 32 2 513 22 48 E-mail : damaged.goods@village.uunet.be


Development and design by LETTERWERK